De zorg verhuist naar huis. De werkplek moet mee.

De zorg verhuist naar huis. De werkplek moet mee.

Om kwart over zeven begint de dienst. Eerst het ECD, dan de planning, de alarmering en nog een paar andere systemen. Tegen de tijd dat alles werkt, is er nog geen cliënt gezien.

Voor zorgmedewerkers die van adres naar adres gaan, is dat geen detail. Hun werkplek is allang niet meer het bureau op een vaste locatie. Toch zijn veel digitale werkomgevingen nog wel vanuit dat idee ingericht.

En juist daar begint iets te wringen. Want terwijl de zorgvraag groeit, verandert ook de plek waar die zorg wordt geleverd.

Steeds meer langdurige zorg vindt thuis plaats

Nieuw onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu laat een duidelijke verschuiving zien. Het aantal 65-plussers dat langdurige zorg vanuit de Wlz thuis ontvangt, steeg van 34.000 in 2018 naar 78.000 in 2024. Het aantal 65-plussers in zorginstellingen nam in dezelfde periode veel minder sterk toe: van 112.000 naar 127.000.

Tegelijkertijd gaan ouderen doorgaans pas naar een zorginstelling wanneer zij zwaardere zorg nodig hebben en verblijven zij daar korter. Zorgbestuurders en professionals die het RIVM voor het onderzoek sprak, herkennen de verschuiving naar langdurige zorg thuis als een structurele ontwikkeling.

Dat verandert niet alleen waar zorg wordt geleverd. Het verandert ook de omstandigheden waaronder zorgmedewerkers hun werk doen.

Van vaste werkplek naar werken waar de cliënt is

Neem Samira. Ze is een persona uit onze nieuwe whitepaper, maar haar ochtend staat voor een herkenbare situatie binnen veel zorgorganisaties.

Ze werkt in de wijk, gaat van cliënt naar cliënt en heeft onderweg toegang nodig tot verschillende systemen en informatie. Niet straks op kantoor, maar op het moment dat ze bij een cliënt binnenstapt.

Dan worden handelingen die achter een bureau misschien nauwelijks opvallen ineens relevant. Een extra apparaat. Opnieuw inloggen. Een toepassing die op mobiel niet prettig werkt.

Ieder afzonderlijk systeem kan prima functioneren en toch kan de totale gebruikerservaring omslachtig zijn. Dat is een belangrijk verschil. De uitdaging zit niet altijd in één applicatie die vervangen moet worden. Het zit vaak in de optelsom van apparaten, toegangsprocedures en applicaties waarmee een medewerker tijdens één dienst te maken krijgt.

De werkplek moet zich aanpassen aan het werk

Als de zorg zich verplaatst, moet de digitale werkplek mee.

Dat betekent niet simpelweg dat iedere zorgmedewerker een smartphone krijgt. Het betekent dat de werkplek wordt ingericht rondom de rol van de medewerker en de situatie waarin die werkt.

Voor veel zorgrollen ligt een mobiel-tenzij-principe daarom voor de hand. De smartphone is het belangrijkste werkapparaat waar dat kan. Een laptop of gedeeld apparaat blijft beschikbaar waar het werk daarom vraagt. Indien nodig kan de smartphone op een vaste werkplek worden aangesloten en wordt de smartphone veranderd in een complete werkplek met groot scherm, toetsenbord en muis.

Het uitgangspunt verandert daarmee. Niet langer bepaalt het apparaat hoe iemand kan werken. Het werk bepaalt welk apparaat, welke informatie en welke toegang op dat moment nodig zijn.

Sander van Loenen ziet die beweging ook terug in gesprekken en aanbestedingen binnen de zorg. Organisaties zoeken naar manieren waarop medewerkers veilig kunnen werken, ongeacht waar zij zich bevinden, zonder dat techniek voortdurend aandacht vraagt.

Een goede mobiele werkplek begint onder de motorkap

De verleiding is groot om direct te kijken naar wat een medewerker op zijn of haar scherm ziet. Maar veel van wat bepaalt of mobiel werken prettig en veilig functioneert, is juist niet zichtbaar. Netwerk, identiteit, beveiliging en beheer vormen het fundament.

Daarom levert de eerste fase van een verandering niet altijd meteen iets spectaculairs op voor een zorgmedewerker. Veel gebeurt achter de schermen. Bas Leussink omschrijft het eerste jaar van zo’n traject daarom grotendeels als onzichtbaar voor de medewerker.

Dat fundament wordt pas interessant wanneer het merkbaar wordt in een normale dienst. Bijvoorbeeld doordat een medewerker eenvoudiger toegang krijgt tot wat nodig is en minder tijd kwijt is aan onnodige stappen.

Daarbij is het belangrijk om realistisch te blijven. Een betere digitale werkplek lost de administratieve last in de zorg niet op. Een groot deel daarvan zit in de systemen en processen zelf. Wat een goede werkplek wél kan doen, is voorkomen dat daar extra digitale frictie bovenop komt.

Kijk eens naar een gewone dienst

Wie wil weten waar verbetering mogelijk is, hoeft niet altijd te beginnen met een groot technisch programma.

Loop eens mee met een wijkverpleegkundige.

Hoeveel apparaten gebruikt zij gedurende haar dienst? Hoe vaak moet ze inloggen? Welke applicaties heeft ze onderweg nodig? En op welke momenten moet ze haar werkwijze aanpassen aan de techniek in plaats van andersom?

Juist die dagelijkse handelingen maken zichtbaar of de digitale werkplek de zorg daadwerkelijk volgt. Want de beweging naar meer zorg thuis is al begonnen.

De vraag is of de digitale werkplek daar net zo snel in meegaat.

Verder lezen: De zorgwerkplek volgt de zorg

In november publiceren we onze whitepaper “De zorgwerkplek volgt de zorg”. Daarin kijken we verder vooruit: hoe kan de digitale werkplek van zorgmedewerkers er over twee tot drie jaar uitzien en welk fundament is daarvoor nodig?

Wil je daar nu al over doorpraten? Neem dan contact op met Sander van Loenen.



deel dit bericht

Gerelateerde artikelen